Menu Sluiten

Psychofarmaca, computers en de digitale gezondheidspas

Sommige uitvindingen hebben grote maatschappelijke gevolgen. Oplossingen voor de problemen van weleer veroorzaken de problemen van de toekomst. Dat stelt de mens voor nieuwe morele dilemma’s. Kijk daarom uit voor de digitale gezondheidspas. Het middel is erger dan de kwaal.

Toen de Portugese neuroloog António Egas Moniz in 1949 de Nobelprijs voor de geneeskunde won, was dat de kroon op een glanzende wetenschappelijke carrière. In de jaren twintig ontwikkelde hij de cerebrale angiografie, de techniek waarmee de bloedvaten van de hersenen met contrastvloeistof en röntgenfoto’s in beeld worden gebracht. Maar de Nobelprijs nam hij in ontvangst voor iets anders. Namelijk een andere spitsvondigheid van hem: lobotomie.

Met lobotomie werd bij psychiatrische patiënten de frontale voorkwab vrijwel geheel losgesneden van de rest van hun brein en zenuwstelsel. De chirurgische ingreep – hoewel van het begin af aan omstreden – werd tot in de jaren ’50 gezien als een soort wondermiddel tegen ernstige psychiatrische aandoeningen, zoals depressie met suïcidale neigingen. Met de kennis van nu lijkt lobotomie barbaars, maar de ingreep bood toentertijd wel degelijk een reële oplossing voor een reëel probleem. Wat te doen met de krankzinnigen?

Hoewel de neveneffecten uiteenliepen van gezichtsverlamming tot persoonsverandering en zelfs de dood ondergingen tienduizenden personen in Amerika en Europa de behandeling, mede door te positieve berichtgeving in de pers. Het doel heiligde de middelen. Ernstig geesteszieke patiënten werden door de ingreep weer kalm en rustig, terwijl ze anders een gevaar vormden voor zichzelf of hun omgeving. De behandeling werd echter zo gepopulariseerd dat op den duur ook minder zieke mensen en zelfs kinderen onder het mes gingen.

Toen halverwege de jaren ’50 psychofarmaca hun intrede deden, bleek lobotomie achterhaald. Patiënten konden voortaan rustig en kalm worden door middel van medicamenten die over het algemeen minder bijwerkingen gaven dan verwijdering van de frontale voorkwab. In beginsel uitstekend nieuws voor patiënten die anders onder het mes waren beland. Psychofarmaca hebben de behandelmogelijkheden voor geesteszieke patiënten aanzienlijk vergroot, maar bleken ook een doos van Pandora. Want niet alleen de schizofreen op hoek; iedereen wilde geluk uit een potje.

Afhankelijkheid van medicijnen

Mick Jagger en Keith Richards schreven in de jaren ’60 een treffend maatschappijkritisch lied over de vlucht die psychofarmaca al snel zouden nemen.

“Kids are different today, ” I hear every mother say
Mother needs something today to calm her down
And though she’s not really ill, there’s a little yellow pill

– Mick Jagger –

Zogeheten tranquillizers kwamen in alle sterktes op de markt. Voor ieder wat wils. Je hoefde heus niet rijp te zijn voor het gesticht. Ook overspannen moeders konden terecht bij hun apotheker. Dit stuk van een couplet van ‘Mother’s little helper’ beschrijft hoe psychofarmaca steeds meer een lapmiddel werden voor gewone mensen. De bijwerkingen zijn dan wel een stuk milder dan lobotomie, maar zulke medicatie werd dan wel steeds laagdrempeliger voorgeschreven.

Psychofarmaca boden een oplossing voor een reëel probleem, echter werden steeds meer personen voor wie al die medicatie oorspronkelijk niet was bedoeld ervan afhankelijk. Het omvangrijke gebruik van deze medicijnen maskeerde andere problemen, mogelijk van spirituele aard. Wellicht zijn moeders niet inherent overspannen maar missen zij simpelweg zingeving of kampen met hooggespannen verwachtingen van de moderne maatschappij. Tranquilizers werkten snel, goedkoop, efficiënt. De werkelijke kwaliteit van leven nam er niet door toe.

Niemand die er na vijftig jaar nog bij stil waarvoor al die gelukspilletjes ooit zijn uitgevonden. Neem als voorbeeld antidepressiva. Tegenwoordig gebruiken een miljoen Nederlanders een dergelijk middel. De gelukspil is er, hij wordt voorgeschreven en is bepalend voor het geluk van een grote groep mensen. Zo’n vaart kon dat niet lopen, dacht men ooit. Maar zo’n vaart liep het wel degelijk. De uitvinding van psychofarmaca stelt de mens voor een nieuw moreel dilemma. Vinden wij het werkelijk acceptabel dat zovelen in het leven afhankelijk zijn van medicatie?

Zoals dat ging met psychofarmaca, zo gaat dat feitelijk altijd met innovatie. Het werkt simpelweg niet zo dat iemand het buskruit uitvindt maar alle soldaten gewoon met zwaarden en speren blijven vechten. Neem de landbouw. Middeleeuwse boeren innoveren, waardoor de voedselproductie toeneemt. De innovatie biedt een reële oplossing voor een reëel probleem, te weten honger. Echter geheel onvoorzien neemt de bevolking explosief toe. De steden groeien, besmettelijke ziekten grijpen om zich heen, De innovatie leidt tot een nieuw probleem. Dat proces noemt men eufemistisch ‘vooruitgang’.

Afhankelijkheid van computers

In dezelfde periode dat zich een revolutie voltrok op het gebied van de psychofarmaca stond de mens aan de vooravond van nóg een revolutie uit zijn koker. De digitale revolutie.

Is er nog iemand die zich afvraagt wat het wezenlijke doel van een computer is? Die vraag is tegenwoordig irrelevant. Computertechnologieën zijn ons leven in toenemende mate gaan bepalen. Niemand kan meer echt zonder. De computer is er, wij gebruiken hem en hij is noodzakelijk voor bijna alle facetten van het civiele leven.

Het is maar de vraag of computertechnologie de kwaliteit van dat civiele leven alles bij elkaar genomen heeft verhoogd. Getuige de miljoen Nederlanders die afhankelijk zijn van antidepressiva, waarschijnlijk niet. Grote technologiebedrijven hebben bovendien een enorme macht om te bepalen welke informatie wij wel en niet zien. Natuurlijk heeft de computertechnologie wel bijgedragen aan de snelheid waarmee de mens gegevens verwerkt en communiceert. Dat dan weer wel.

Er zitten dus voor- en nadelen aan een samenleving gedomineerd door computers. Wat vaststaat is dat vrijwel geen mens meer zonder kan. We zijn volkomen afhankelijk geworden van computers.

Wie had dat in 1880 voor mogelijk gehouden, toen in Amerika een volkstelling werd gehouden en de dataverwerking daarvan met zeven jaar, in de wetenschap dat de bevolking explosief toenam, veel te veel tijd in beslag nam. Dat moest en kon sneller. Gelukkig was de 19e eeuw de eeuw van de grote uitvindingen, dus ontwikkelde de Amerikaanse uitvinder Herman Hollerith een gegevensverwerkende machine op basis van zogenaamde ponskaarten. Zijn innovatie bood een reële oplossing voor een reëel probleem.

Ponskaarten zijn kartonnen formulieren met gaatjes erin die een geautomatiseerde informatieverwerking mogelijk maakten. Door een machine te ontwikkelen die deze gaatjes kon uitlezen – een gaatje was één en geen gaatje was nul – legde Hollerith de basis voor het binaire systeem van de latere computers. Dankzij zijn machines konden bij de volgende volkstelling in 1890 maar liefst 6.000.000 personen per dag worden geteld. Meer persoonsgegevens werden geregistreerd dan ooit tevoren. Het hele proces duurde nu nog slechts twee jaar. Je houdt de vooruitgang niet tegen.

Hollerith richtte een bedrijf op dat in de jaren ’20 uitgroeide tot International Business Machines (IBM). Dat bedrijf is tegenwoordig mondiaal een grote speler op de IT-markt met wereldwijd meer dan 350.000 werknemers en in 2020 een omzet van $ 74 miljard. Tijdens de oorlog leverde IBM ponskaartmachines aan Nazi-Duitsland dat die vervolgens inzette voor de gegevensverwerking, hoogstwaarschijnlijk ook in de concentratiekampen. Ná de oorlog groeide IBM uit tot een van de succesvolste producenten van mainframes, kolossale computers. Later, vanaf de jaren ’80 en ’90, verwierf het bedrijf verdere beroemdheid met de eerste generatie personal computers.

Digitale gezondheidspas

IBM’s meest recente uitvinding is The Digital Health pass, die in eerste instantie op Amerikaanse vliegvelden wordt ingezet om snel te herkennen of reizigers gevaccineerd zijn of niet. Deze applicatie toont een QR-code waarmee de persoonsgegevens die met blockchaintechnologie afkomstig zijn van verschillende organisaties worden geverifieerd, gebundeld en afgelezen. Bijvoorbeeld paspoortgegevens – aangeleverd door een overheid – staan achter dezelfde QR-code als vaccinatiegegevens van gezondheidsinstanties en testuitslagen van aanbieders van PCR-testen.

Bovendien kan IBM’s Digital Health pass dankzij de achterliggende technologie worden geïntegreerd met andere applicaties, zoals check-in apps van airlines. Als ik thuis incheck voor mijn vlucht zie ik direct of mijn vaccinatie- en paspoortgegevens in orde zijn en ik straks op mijn vlucht kan stappen. In de toekomst kan de QR-code dankzij de biometrische gegevens op ons paspoort plaats maken voor een vingerafdruk of gezichtsidentificatie.

Dat idee van een digitale gezondheidspas lijkt misschien superhandig. Het is meestal een hele papierwinkel die je meeneemt naar een vliegveld. Paspoort, boarding pas, reserveringen, gele boekje, tijdelijke verblijfsvergunningen, tickets. Hoe makkelijk is het dat je op den duur langs de douane een vliegtuig binnenglipt met slechts een vingerafdruk? Bovendien is de grote meerderheid van de mensen gewoon gevaccineerd en zal dus niet snel te maken krijgen met reisrestricties. Geen echte nadelen dus, behoudens enkele van principiële aard, maar wel voordelen. Gemak dient de mens.

Europese landen hebben elk hun eigen digitale coronapaspoort ontworpen op basis van vergelijkbare technologie als die van IBM. Bijvoorbeeld CommonPass (gemaakt in samenwerking met World Economic Forum) is zo’n alternatief.

In essentie komen de digitale gezondheidspassen allemaal op hetzelfde neer: diverse instituties leveren gegevens aan, die door de app worden geverifieerd als authentiek. Vervolgens kan per bestemming worden afgelezen of aan de toegangscriteria wordt voldaan. Het ene land stelt andere eisen aan vaccinatie dan het andere land. Bij een voetbalstadion gelden wellicht andere eisen dan in een supermarkt.

De technologie achter de digitale gezondheidspassen is niet schrikbarend nieuw. Nieuw is dat ze voor de eerste keer in de geschiedenis wordt ingezet als een officieel reisdocument. Sterker nog, een toegangsbewijs waarvan met de QR-code eenvoudig personen worden geweerd uit allerlei plekken van het maatschappelijk leven, zoals gemeentehuizen, trams, stadions, supermarkten en universiteiten. In Israël is de digitale gezondheidspas sinds augustus 2021 al overal verplicht en er is geen reden om aan te nemen dat andere landen niet dezelfde koers zullen varen. In Frankrijk heeft Macron al dergelijke maatregelen afgekondigd.

Vrijheid of veiligheid

Er bestaan dan ook terechte zorgen over de gevaren klevend aan de digitale gezondheidspas, vooral over de gevaren voor de privacy én bewegingsvrijheid. Optimale controle over de burger is niet altijd te handhaven of in elk geval logistiek een hele uitdaging. Op basis van ouderwets papierwerk kunnen overheden nooit alles registreren en controleren. De wachtrijen aan de poort worden dan veel te lang. Er is in dat geval ook veel personeel nodig dat al het papierwerk doorspit. Met digitale gezondheidspassen verloopt dit alles goedkoper en effectiever. De digitale gezondheidspas biedt een reële oplossing voor een reëel probleem. De vraag is of we dit moeten willen.

De voorstanders van de digitale gezondheidspas, met name gezondheidsinstanties, virologen en het ministerie van volksgezondheid, menen dat de samenleving door de digitale gezondheidspas een stuk beter beschermd wordt tegen het gevaarlijke coronavirus. Tegenstanders wijzen er daarentegen op dat corona niet ernstig genoeg is en dat vrijheid inruilen voor veiligheid een doodlopende weg is. De overheid zal zijn controle over burgers gaandeweg verder uitbreiden. Om te beginnen met een digitale gezondheidspas.

Waarschijnlijk hebben beide kampen deels gelijk. Ja, er komt meer bescherming in de vorm van controle. Ja, de overheden breiden zo hun macht uit. Bescherming vloeit voort uit het feit dat bepaalde criteria zoals een negatieve test voorkomen dat iemand met corona rondreist. De redenatie is dat zodoende de risico’s worden beperkt hoewel dit ten koste gaat van iemands privacy en bewegingsvrijheid. De macht van overheden en internationale instanties neemt hiermee toe doordat zij eenvoudig eisen kunnen stellen aan burgers. Het dilemma is of die (beperkte mate van) bescherming opweegt tegen het morele ongemak van medische apartheid, gehandhaafd met persoongebonden QR-codes.

Microbioloog Bert Niesters noemt die QR-code – die inmiddels verplicht is voor evenementen en internationale reizen – “echt iets tijdelijks.” De professor gaat er daarbij blijkbaar vanuit dat de digitale gezondheidspas direct verdwijnt zodra het virus onder controle is. Het zal allemaal zo’n vaart niet lopen, denkt hij. Maar overziet hij vanuit zijn expertise van microbioloog alle politieke en maatschappelijke consequenties van medische apartheid? Het gaat hier namelijk meer om een principiële vraag dan een epidemiologisch discours.

Kunnen de overheden beperkende maatregelen evengoed niet voor andere ziektes invoeren? En waarom zouden overheden ook geen andere risico’s voor de nationale veiligheid of volksgezondheid willen minimaliseren? Ziekten, criminaliteit, fraude, terrorisme. De lijst van gevaren die overheden willen bestrijden is lang. Zelfs als je écht ervan overtuigd bent dat corona een extreem exceptioneel risico vormt voor de volksgezondheid, kan niet worden uitgesloten dat de digitale gezondheidspas op lange termijn laagdrempelig voor andere doeleinden wordt ingezet.

Aan de digitale gezondheidspas kunnen stapsgewijs veel meer gegevens van verschillende instanties worden toegevoegd. Bijvoorbeeld of iemand is gevaccineerd tegen andere ziektes, zoals gele koorts. Er kan ook een koppeling komen met andere organisaties dan het RIVM – bijvoorbeeld de belastingdienst, werkgevers of politie. Alles gebundeld in één persoonlijk dossier, dat ook nog eens gekoppeld is aan biometrische identiteitsgegevens, zoals een vingerafdruk.

Niemand stelt achteraf meer de vraag waarom die digitalebgezondheidspas eigenlijk ooit werd uitgevonden zoals dat ook niet gebeurt voor psychofarmaca, computers en feitelijk om het even welke andere innovatie. De digitale gezondheidspas is er, we gebruiken hem en hij bepaalt in toenemende mate alle facetten van het leven.

Tegen die tijd is een surveillance maatschappij die in veel opzichten doet denken aan het Chinese sociale kredietsysteem voor kwaadwillende entiteiten binnen handbereik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookie voorwaarden

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten