Menu Sluiten

Apathisch en amoreeL coronabeleid een manifestatie van radicale nuttigheidsethiek

In een notendop stelt het liberalisme dat u aan geen enkele (morele) autoriteit bent gebonden, tenzij uw gedrag de vrijheid of gezondheid van anderen in gevaar brengen. Dan treedt het schadebeginsel in werking. Uw vrijheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Uw grenzeloze vrijheid wordt beknot. De staat kan u volledig in quarantaine plaatsen.

Liberalen grijpen hiervoor terug op de nuttigheidsethiek. Nuttigheidsethiek betekent streven naar zoveel mogelijk genot en zo min mogelijk leed voor zo veel mogelijk mensen. Goed en fout bestaan niet objectief – zo menen liberalen – en daarom zou het beter zijn als iedereen kon doen wat hem of haar (of het) gelukkig maakt. Om te beoordelen welke keuzes dan goed of juist verkeerd zijn kijkt de nuttigheidsethiek naar de gevolgen van die keuzes voor het bruto binnenlands geluk.

Dat bruto binnenlands geluk is als het ware de som van hoe iedereen zich voelt. Allerlei factoren kunnen hierin bepalend zijn. Wie heeft er fijn werk? Is er tijd voor ontspanning en intellectuele ontplooiing? Maar ook: zijn de mensen gezond? Een werkelijk moreel oordeel blijft uit. Al zijn de intenties nog zo belabberd of zelfs in en in slecht. zo lang er door de rekenmeesters wordt becijferd dat het bruto binnenlands geluk niet inzakt is alles geoorloofd. Dat klinkt echt heel joviaal en gezellig, maar is dat allesbehalve. De morele mens die streeft naar een deugdzaam leven wordt gereduceerd tot een berekenend mens, dat zorgvuldig becijfert wat de gevolgen van een keuze is.

Nuttigheidsethiek kan best worden vergeleken met een zoon die op zondag braaf en plichtsgetrouw een bloemetje brengt aan zijn moeder, maar dan enkel en alleen plichtmatig. Hij denkt dat zijn moeder dat van hem verwacht of dat hij haar gelukkig maakt. Misschien brengt hij de bloemen omdat dat nu eenmaal zo hoort. Hij doet haar een plezier. Of misschien compenseert hij haar voor het feit dat hij nauwelijks op visite komt. Zijn bosje bloemen is zijn afkoopsom.

Wat bij de nuttigheidsethiek ontbreekt is die innerlijke vonk; die bezieling. Dat, terwijl zo’n bosje bloemen in zijn essentie meer betekenis heeft dan de effecten van het geven ervan voor het bruto binnenlands geluk. Zijn deze bloemen niet bovenal het symbool van de liefde van een zoon voor zijn moeder? De vrouwe die hem het leven schonk. Moedigt die geur van deze rozen niet aan tot allerlei weemoedige jeugdherinneringen aan zijn kindertijd? Wat was die goed en zorgeloos. Die tijd dat de moederkloek hem onder haar vleugels nam en een veilig nest liet ervaren. Zijn zijn eerbied en waardering voor zijn moeder geen doelen op zichzelf die volledig losstaan van de vraag of moederlief eigenlijk wel op zijn bloemen zit te wachten?

Nuttigheidsethiek in de moderne tijd

Je kunt de nuttigheidsethiek best beschrijven als een ethiek van vrijheid-blijheid. Geluk boven alles.

De meeste mensen in de moderne tijd zijn begeesterd door de nuttigheidsethiek, zoals je bijvoorbeeld ziet aan de manier hoe ze denken en spreken over liefdesrelaties. Was het huwelijk ooit een erezaak waar bloederige familievetes om werden uitgevochten; is trouwen tegenwoordig voor de laatste Mohikanen niet meer of minder dan een pragmatisch contract bedoeld om elkaar gelukkiger te maken. Een contract dat met relatief gemak weer wordt ontbonden zo gauw er sprake is van een ongelukkig huwelijk. Een kille, koude, en passieloze calculatie van de kosten-baten voor het bruto binnenlands geluk.

De vrije liefde wordt eveneens bezongen als een vrucht gegroeid uit de boom van de roemruchte nuttigheidsethiek, omdat de communis opinio is dat iedereen lekker moet doen wat ze niet kunnen laten. Het is maar net “wat iemand gelukkig maakt” is een veelgehoorde zin. En voor meer dan een enkeling betekent dat ongelimiteerde seks. Zo lang die seks consensueel is, dan ziet de moderne mens daarin gewoon twee personen van elkaar genieten en kan desnoods iedereen meedoen in een grote orgie. Alles in het kader van een optimaal geluk voor zo veel mogelijk mensen.

Schadebeginsel

Zoals met alles wat te mooi klinkt om waar zijn zit er ook met de nuttigheidsethiek een addertje onder het gras. Hoe voorkom je namelijk dat de mensen niet volledig ontsporen en vervallen in morele anarchie? Ergens moet een morele grens worden getrokken: tot hier en niet verder. Anders is straks werkelijk alles geoorloofd! Vrije seks is natuurlijk helemaal prima, maar hoe zit dat nu precies met pedofilie of verkrachting? Het risico van vrijheid-blijheid is misbruik en grenzeloosheid.

En zo kwam het dat die befaamde nuttigheidsethicus uit de 19e eeuw, de Engelse filosoof John Stuart Mill, in zijn bijna onleesbare en eeuwig saaie ‘On Liberty’ het schadebeginsel poneert wat in volmaakte harmonie is met het liberale credo dat uw vrijheid stopt waar andermans vrijheid begint:

‘Dat beginsel houdt in dat het enige doel waartoe het de mensheid gerechtvaardigd is om, hetzij individueel, hetzij collectief, inbreuk te maken op vrijheid van handelen van een van haar leden, zelfbescherming is. Dat het enige doel waartoe macht rechtmatig uitgeoefend kan worden over een lid van een beschaafde gemeenschap, tegen zijn wil, erin bestaat schade aan anderen te voorkomen. (…) Om dat te rechtvaardigen, moet berekend worden dat het gedrag waarvan men hem wil weerhouden, een ander kwaad berokkent.

De staat mag een mens alleen beperken in zijn verder onaantastbare vrijheid als wordt aangetoond dat hij een gevaar is voor de rest van de samenleving en dat kan aantonen. Wat de staat dan dus eerst doet, is uitvoerig calculeren en becijferen hoeveel schade er wordt geleden door de andere leden van een maatschappij. Blijkt dat de schade – of het gevaar – groot genoeg is? Dan mag moedertje staat diegene beroven van zijn vrijheid in precies de mate dat hij een gevaar is voor die anderen.

Begeesterd dat wij zijn door de nuttigheidsethiek mag het ons niet verwonderen dat wij in de coronacrisis worden platgegooid met getallen. Getallen die ons ervan moeten overtuigen dat de vrijheid niet opweegt tegen het gevaar voor anderen. Het aantal IC-bedden, het aantal ziekenhuisopnames, het aantal besmettingen, het aantal testen, het aantal positieve testen, het aantal verwachte besmettingen, het aantal voorkomen besmettingen, het aantal doden, het aantal oversterfte, de besmettelijkheid voor en na vaccinatie.

Keer op keer benadrukt het het Outbreak Management Team (OMT) dat “ingrijpende maatregelen nodig zijn om kwetsbaren te beschermen.” Uw vrijheid is een vanzelfsprekend offer om de andere leden van een samenleving te beschermen. Minister De Jonge benadrukte het tijdens een persconferentie ook nog eens: “ontmoetingen betekent besmettingen.” Met andere woorden is onze bewegingsvrijheid een potentieel gevaar voor anderen. Ook als u zich niet vaccineert, bent u een gevaar voor anderen.

U en ik – gezonde mensen – zijn de individuen door wie de anderen – bijvoorbeeld de zwakkeren – gevaar lopen, wat volgens de nuttigheidsethiek de enige denkbare morele rechtvaardiging is waardoor wij onze vrijheid laten beperken. Vrijheidsbeperkende maatregelen accepteren wij niet zomaar. In ons buurland Duitsland zijn de autoriteiten – zo is bekend geworden – in de communicatie naar de bevolking bewust uitgegaan van rampenscenario’s. De angst voor gevaar is expres aangewakkerd. Puur om draagvlak te creëren voor strenge vrijheidsbeperkende maatregelen.

Tegelijkertijd stelt de nuttigheidsethiek en navenant schadebeginsel onze politici voor een complexe rekensom. De becijfering van de coronaformule is inmiddels onmeetbaar complex, nu door de lockdown faillissementen dreigen en zelfs ook slachtoffers vallen als gevolg van de beperkende maatregelen, zoals zelfmoord en depressie onder jongeren. Er melden zich inmiddels kinderen met leerachterstanden. Horecaondernemers met belastingachterstanden. Rutte IV raakt zo kort voor de verkiezingen in gewetensnood: zijn de maatregelen nog proportioneel?

“Hoe langer de crisis duurt, hoe zwaarder het ons valt”, aldus Rutte in zijn persconferentie van 23 februari 2021, “We zijn het aardig zat aan het worden. Het moet wel vol te houden zijn en daarom komen we nu in een fase waarin we bereid zijn iets meer risico te nemen.”

De regering hanteert nu al tijden een politiek van containment, waarbinnen de virusuitbraak als het ware beheersbaar blijft. Ze zoekt continu naar een balans tussen lief en leed. Eerst was de balans doorgeslagen richting het schadebeginsel, maar de coronarekening lijkt langzaam te kantelen richting meer versoepelingen. De morele afweging blijft strikt genomen op basis van de nuttigheidsethiek hoeveel gevaar de potentiële verspreiders – u en ik dus – veroorzaken, minus de hoeveelheid schade die de beperkende maatregelen het bruto binnenlands geluk toebrengen. Hierdoor blijft de regering visieloos schipperen tussen de tegengestelde belangen van verschillende groeperingen in de samenleving met dan weer een versoepeling, dan weer een verzwaring.

Fundamentele vrijheden zoals de bewegingsvrijheid, vrijheid op samenkomsten en gewetensvrijheid, maar ook de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam zijn minder meetbaar in termen van geluk dan een overbelaste IC of oversterfte. Het beeld van een persoon in het ziekenhuis op zijn buik aan de beademing is krachtiger dan een papieren artikel uit de grondwet. Deugden zoals heldenmoed en verantwoordelijkheidsgevoel zitten niet in de modellen van het OMT. In die voor de nuttigheidsethiek zo kenmerkende pragmatiek gaan passie en visie verloren: hoe kan zo’n abstract getal ooit recht doen aan de waarde van een mensenleven? Laat staan dat zo’n getal recht doet aan een metafysisch principe of maatschappelijk ideaal?

Geen wonder dat de regering stuurloos is. Op het internet doen geruchten de ronde dat onze regering bewust kwaadaardig is en moedwillig mensen de vrijheid ontneemt, als ware het een samenzwering, maar dat ligt volgens mij niet voor de hand. Ik denk eerder dat de regering moreel apathisch is, omdat onze bestuurders moreel apathisch zijn. Moreel apathisch én radeloos. Radeloos, omdat het volk redeloos is, doordat de nuttigheidsethiek de overhand heeft gekregen in al ons doen en laten én contempleren over het goede en kwade. Ons reddeloze land krijgt niet anders dan de leiders die het verdient. Ongevoelige bureaucraten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookie voorwaarden

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten