Menu Sluiten

Apathisch en amoreeL coronabeleid een bijwerking van de doorgeslagen nuttigheidsethiek

De nuttigheidsethiek is de moraalfilosofie van saaie en visieloze mensen. Dat zien wij terug in het coronabeleid van onze regering; gestuwd door cijfermatigheid, doelmatigheid en doemscenario’s.

Nuttigheidsethiek is het moreel kompas van de vrijheid-blijheid fundamentalisten: alles is geoorloofd zo lang anderen geen last van je hebben.Het objectief goede en kwade bestaat niet, want er is geen onafhankelijke scheidsrechter die uitsluitsel geeft. Het enige waar je op moet letten is of jouw keuzes nuttig zijn. Nuttig zijn betekent hier dat jouw keuzes moeten bijdragen aan het bruto binnenlands geluk. Zijn grondlegger, Jeremy Bentham, noemde de nuttigheidsethiek een streven naar “het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.”

Wij moderne mensen zijn allemaal in min of meerdere mate begeesterd door de nuttigheidsethiek, zoals je ziet aan de manier hoe wij meestal denken en spreken over onze liefdesrelaties. Vroeger was het huwelijk een erezaak waar bloederige oorlogen om werden uitgevochten, maar tegenwoordig is trouwen voor de paar mensen die het nog doen een pragmatisch contract dat is bedoeld om elkaar gelukkiger te maken. Een contract dat met relatief gemak weer wordt ontbonden zodra er sprake zou zijn van een ongelukkig huwelijk.

De vrije liefde mag eveneens worden bezongen als een vrucht die is gegroeid uit de roemruchte nuttigheidsethiek, omdat de communis opinio toch wel is dat iedereen lekker moet kunnen doen wat ze niet kunnen laten. Het is maar net wat iemand gelukkig maakt en voor sommigen is dat ongelimiteerde seks. Zo lang die seks consensueel is, dan zien wij gewoon twee personen die genieten en kan desnoods iedereen meedoen in een orgie voor optimaal geluk voor het grootste aantal mensen.

Nu waren de meesten van ons het dus wel ermee eens dat wij ons niet teveel met elkaar moesten bemoeien, maar hoe voorkom je dan dat de situatie volkomen ontspoort? Ergens moet je een morele grens trekken, anders is werkelijk alles geoorloofd. Natuurlijk gunden wij iedereen zijn of haar seksuele vrijheid, maar hoe zit dat dan met verkrachters en pedoseksuelen? Dat er geen onafhankelijke scheidsrechter is die het goede en kwade voor ons kan vaststellen, betekent niet dat we helemaal geen spelregels en wetten meer kunnen hanteren want dan zou er morele anarchie uitbreken.

En zo kwam het dat een nuttigheidsethicus uit de 19e eeuw, de Engelse filosoof John Stuart Mill, in zijn bijna onleesbare en eeuwig saaie ‘On Liberty’ het schadebeginsel poneert wat ongeveer neerkwam op het liberale credo dat mijn vrijheid stopt waar andermans vrijheid begint:

…het enige doel waartoe macht rechtmatig kan worden uitgeoefend jegens een lid van een beschaafde gemeenschap, tegen zijn wil, is om schade aan anderen te voorkomen. […] Om dat te rechtvaardigen moet het gedrag om kwaad aan een ander te berokkenen waarvan hij moet worden afgehouden berekend worden. Het enige deel van het gedrag van een ieder waarvoor hij zich moet onderwerpen aan de maatschappij is datgene wat anderen betreft.

De staat mag een individu alleen beperken in zijn verder onaantastbare vrijheid als hij kan aantonen dat het een gevaar vormt voor de rest van de samenleving. Wat de staat dan eerst moet doen, is berekenen hoeveel schade er wordt toegebracht aan die anderen. Pas nadat er is berekend dat de schade – of het gevaar – voor anderen groot genoeg is dan mag de staat iemand beroven van zijn vrijheid en alleen in die mate dat hij een gevaar is voor anderen.

Ethiek wordt in de nuttigheidsethiek gerationaliseerd met een vorm van wiskundige ijver waarin alle mogelijke gevolgen van onze keuzes worden afgewogen. Kies ik A, dan worden acht personen blij, mezelf incluis. Kies ik B, dan maak ik zes personen blij en twee ongelukkig. Mijn keuze moet dus onder aan de streep vanzelfsprekend A zijn.

Begeesterd dat wij zijn door de nuttigheidsethiek mag het ons niet verwonderen dat wij in de coronacrisis worden platgegooid met getallen. Aantallen die ons ervan moeten overtuigen dat onze vrijheid niet opweegt tegen het gevaar voor anderen. Het aantal IC-bedden, het aantal ziekenhuisopnames, het aantal besmettingen, het aantal testen, het aantal positieve testen, het aantal verwachte besmettingen, het aantal voorkomen besmettingen, het aantal doden, het aantal oversterfte.

Keer op keer benadrukt het het Outbreak Management Team (OMT) dat “ingrijpende maatregelen nodig zijn om kwetsbaren te beschermen.” Uw vrijheid is een vanzelfsprekend offer om de andere leden van een samenleving te beschermen. Minister De Jonge benadrukte het tijdens de vorige persconferentie ook nog eens: “ontmoetingen betekent besmettingen.” Met andere woorden, is bewegingsvrijheid een potentieel gevaar voor anderen.

Jij en ik zijn de individuen door wie de anderen – bijvoorbeeld de zwakkeren – gevaar lopen, wat volgens de nuttigheidsethiek de enige denkbare morele rechtvaardiging kan zijn waardoor wij onze vrijheid laten beperken. In ons buurland Duitsland is inmiddels ook gebleken dat er in de communicatie naar de bevolking bewust is uitgegaan van rampenscenario’s. Puur om draagvlak te creëren voor strenge vrijheidsbeperkende maatregelen.

Het is een John Stuart Mill uit het boekje.

De morele becijfering van de coronaformule is inmiddels onmeetbaar complex, nu aantallen faillissementen dreigen. Er melden zich inmiddels ook aantallen kinderen met een x-aantal leerachterstanden. Aantallen horecaondernemers met een x-aantal belastingachterstanden. Aantallen jongeren die door de lockdown depressief zijn geworden. Rutte IV raakt zo kort voor de verkiezingen in gewetensnood: zijn de maatregelen nog proportioneel?

“Hoe langer de crisis duurt, hoe zwaarder het ons valt”, aldus Rutte in zijn persconferentie van 23 februari 2021, “We zijn het aardig zat aan het worden. Het moet wel vol te houden zijn en daarom komen we nu in een fase waarin we bereid zijn iets meer risico te nemen.”

De regering hanteert nu al tijden een politiek van containment, waarbinnen de virusuitbraak als het ware beheersbaar blijft. Ze zoeken continu naar een balans tussen lief en leed. Eerst was de balans doorgeslagen richting het schadebeginsel, maar de coronarekening lijkt langzaam te kantelen richting meer versoepelingen. De morele afweging blijft strikt genomen op basis van de nuttigheidsethiek hoeveel gevaar de individuen veroorzaken versus het tanende geluk door de maatregelen. Hierdoor blijft de regering visieloos schipperen tussen de tegengestelde belangen van verschillende groeperingen in de samenleving.

Fundamentele vrijheden zoals de bewegingsvrijheid, vrijheid op samenkomsten en gewetensvrijheid maar ook de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam zijn simpelweg minder meetbaar in termen van geluk en vrijheid-blijheid dan een overbelaste IC of oversterfte. Het beeld van een persoon in het ziekenhuis op zijn buik aan de beademing is krachtiger dan een papieren artikel uit de grondwet. Toch zoekt onze regering nu al een jaar naar het antwoord op de som hoeveel ontnomen vrijheid gelijk staat aan een x-aantal doden. In die pragmatiek gaan passie en visie verloren: hoe kan een getal ooit recht doen aan de waarde van een mensenleven, metafysisch principe of ideaal?

Geen wonder dat de regering stuurloos is. Op het internet doen geruchten de ronde dat onze regering bewust kwaadaardig is en moedwillig mensen de vrijheid ontneemt, maar dat ligt volgens mij niet voor de hand. Ik denk eerder dat de regering moreel apathisch is geworden. Moreel apathisch én radeloos. Radeloos, omdat het volk redeloos is, doordat de nuttigheidsethiek de overhand heeft gekregen in al ons doen en laten én contempleren over het goede en het kwade. Ons reddeloze land krijgt niet anders dan de leiders die het verdient.

Niets minder zien we terug in de effectiviteit van de coronamaatregelen onder onze jongeren. Want niemand had toch werkelijk de illusie dat onze jongeren braafjes hun feesthoed aan de wilgen hangen, omwille van een virus dat hen nauwelijks treft? Heeft onze culturele elite hen niet jarenlang voorgespiegeld dat er geen grotere gelukzaligheid bestaat dan de hedonistische geneugten? Onze jongeren groeiden op met top-40 hits zoals Drank en Drugs. Tv-programma’s zoals Spuiten en Slikken ontsierden de beeldbuis.

Als er sinds de jaren ’70 al een deugd was voor onze jeugd, dan was dat de ondeugd van opstandigheid en afkeer tegen autoriteit. Ondeugendheid stond meer en meer te boek als het teken van autonomie en zelfstandigheid. Gedurende hun opvoeding kregen onze jongeren te horen dat zij mama’s en papa’s kleine prinsjes en prinsesjes zijn. Ging er iets mis op hun school dan was het steevast de leerkracht die vast iets fout deed waardoor het hele onderwijs maar op de schop moest maar onze kleine ondeugden trof nooit blaam.

Ondeugd lijkt juist een ladder naar succes voor veel jongeren. De jeugd kon met eigen ogen zien op de nationale televisie hoe een abjecte treitervlogger zoals rapper Boef dikke platencontracten verdiende. Niet ondanks, maar dankzij het ondermijnen van het gezag. Gangster rappers die zich drogeren, rijden in dure auto’s met schaars geklede dames oftewel kechs.

Toen Sybrand Buma iets populistisch riep over de herinvoering van militaire dienstplicht nam niemand hem serieus: onuitvoerbaar. En nu krijgt onze jeugd, wanneer zij vrolijke samenkomsten organiseren de zwarte piet toegespeeld, omdat ouderen van hen een Spartaanse discipline verwachten. Ineens zijn zij asociaal. Vuile bacchanaal-vierders.

Zij – die nooit beter zijn geleerd – zijn ineens egocentrisch zoals dat heet. Want er is een lockdown. Want ouderen sterven. Want volgzaamheid is vereist. Niet vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel, niet vanuit respect voor het gezag en zeker niet uit naam van de trouw en liefde. Maar vanuit angst. Pure angst. De angst dat zij de – niet zelden volgevreten – ouderen besmetten.

Wat een heldhaftige rolmodellen, onze babyboomers!

Voor jaren is ons commercieel beleid gestuwd op het aanwakkeren van een ongebreidelde consumentenmanie. Zondagsrust voor de winkelier behoort in de grote steden tot een ver verleden. Onze 24-uurs economie moet vooral competitief zijn met zo laag mogelijke loon- en productiekosten, want daarmee vergroot je het algemeen welzijn. De ene vorm van business is daarin niet minder dan de andere vormen van business, of we nu een seks- of boekwinkel runnen. Wie zijn wij om te oordelen? Geld moet rollen. Sekswerkers en speelgoedwinkels zijn allemaal eerlijke ondernemers en vormen de ruggengraat van onze samenleving. Alleen moeten ze nu dan opeens een jaar de deuren en benen sluiten, want er gaan 80plussers dood.

Spirituele feestdagen zoals kerst of Valentijnsdag en andere momenten van bezinning? Die laten wij nu al met het jaar verder commercialiseren en ontzielen, zonder grote protesten behalve tegen zwarte piet omdat donkere mensen lijden aan dit stereotype. Sterker nog: stap liever over op een Angelsaksische kerstvorm met groene elfjes en organiseer een black friday waarop wij massaal – naar goed Amerikaans gebruik – over elkaar heen duikelen om de nieuwste beeldschermtechnologie of odeur te kunnen bemachtigen.

Kijk daarbij alleen wel uit dat onze consumentengoederen niet te duur zijn! Haal goedkope arbeidsmigranten hier naartoe om onze arbeidslonen te drukken of verplaats de vervuilende fabrieken naar goedkope loon landen, zodat er meer mensen gelukkig worden. De onzichtbare hand van het grootkapitaal zal zijn werk verder doen. Iedereen profiteert mee van de onzichtbare hand.

En als Nederland uiteindelijk vol is gebouwd? Dan gaan we de hoogte in met torenflats want je kunt de bevolking ophokken in grote inspiratieloze hoog- en nieuwbouw; energiezuinig en efficiënt. Meer mensen, meer zielen, meer vreugde. Hoe mistroostiger de bouwstijl, hoe beter! Want zeg nu zelf: hoe kan er straks nog iemand schade berokkenen aan het algemeen welzijn als er geen algemeen welzijn meer is? Een welzijnsoptimaliseringsoperatie waar je u tegen zegt.

Nationale identiteit is niet van deze tijd. De wereld is een dorp geworden. Wie nu nog gelooft in collectieven en groepsidentiteiten is een ouderwets conservatief onmens en grenzen zijn door mensen getrokken. Die bestaan niet echt. Evenals dé Nederlander, die bestaat al helemaal niet. Wij zijn allemaal individuen, zo predikt onze regentenelite. Doe vooral wat u goed dunkt.

Maar niet tijdens corona. Blijf dan thuis in je kale inspiratieloze torenflat kijken naar die inspiratieloze smurrie van de heren en dames staatspropagandamakers en de lompenproletariërs van RTL. Verzamel u niet in groepen en maak vooral geen plezier. Straks gaat u nog samen klitten of een bacchanaal vieren. Dan plotseling mag gesproken worden van egoïsme. Denk toch eens aan een ander. “Let een beetje op elkaar.”

Nuttigheidsethiek kan worden vergeleken met een zoon die op zondag braaf en plichtsgetrouw een bloemetje brengt aan zijn moeder, maar dat enkel en alleen plichtmatig omdat hij denkt dat zijn moeder zulks van hem verwacht. Misschien brengt hij de bloemen omdat dat nu eenmaal zo hoort. Hij doet haar daarmee een plezier of misschien koopt hij er zijn schuldgevoel omdat hij haar zo weinig bezoekt mee af. Wat bij de nuttigheidsethiek ontbreekt is die innerlijke vonk; die bezieling.

Dat, terwijl zo’n bosje bloemen in zijn essentie meer betekenis heeft dan de effecten van het geven ervan. Zijn deze bloemen niet bovenal het symbool van de liefde van een zoon voor zijn moeder? De vrouwe die hem het leven heeft geschonken. Moedigt die geur van deze rozen niet aan tot allerlei weemoedige jeugdherinneringen aan zijn kindertijd? Die zorgeloze tijd dat zijn moederlief hem onder haar vleugels nam en een veilig nest liet ervaren. Zijn zijn eerbied en waardering voor zijn moeder geen doelen op zich, die losstaat van de vraag of moeder eigenlijk zit te wachten op bloemen?

Net zo inspiratie- en visieloos als die apathische zoon die slechts plichtmatig een bloemetje brengt aan zijn moeder is het coronabeleid van onze huidige regering Rutte. De getroffen maatregelen worden gestuwd op de morele impotentie van de eeuwige vrijgezel, levend in zijn papieren realiteit van cijfermatige verwachtingen en projecties. De kardinale deugden zoals heldenmoed, zelfbeheersing en gematigdheid werden lang geleden al ingewisseld voor de berekenende genotszucht en doelmatigheid van een neoliberale wereldorde en de belichaming van die orde is de kleurloze bureaucraat Rutte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Cookie voorwaarden

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten